Subsidieregeling waterstof in mobiliteit

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat maakt het mogelijk om subsidie aan te vragen voor de realisatie van waterstoftankstations en de meerkosten voor de aanschaf van waterstofvoertuigen. Zij komt hierbij tankstationhouders en vervoerders tegemoet in de realisatie- en aanschafkosten (CAPEX). Op deze manier wil de overheid de drempel om over te stappen op mobiliteit met waterstof als energiedrager verlagen.

De regeling is belangrijk voor producenten van waterstof, fabrikanten van (waterstof)voertuigen, waterstof tankstation exploitanten, commerciële partijen als transportondernemers, verladers en andere logistieke partners, zowel uit het MKB als uit het grootbedrijf.

Het reageren op de onderdelen van de subsidieregeling en de toelichting hierbij kan tot en met 23 oktober ’23 via de website van de overheid.

Lees verder op internetconsultatie.nl

 

VNCW-onderzoek waterstof binnen de chemische logistiek

Waterstof staat volop in de belangstelling. Als potentiële nieuwe of alternatieve energiebron zijn de verwachtingen hooggespannen. Wat is waterstof eigenlijk en wat betekent het voor een samenleving om ‘om te schakelen’ op waterstof?

Als branchevereniging voor de chemische logistiek zullen wij hier een Best practice over opstellen en op brede schaal communiceren over de voor- en nadelen bij toepassing binnen de keten. In het onderzoek kijken we naar de gevaren van het transport van gevaarlijke stoffen terwijl er op waterstof wordt gereden, de weerstanden en toepassings- en veiligheidsaspecten. Hiermee streven we een breed draagvlak voor waterstof op de lange duur na. Met de verduidelijking van de toepassing en veiligheidsaspecten wordt naast de verbetering van de veiligheid binnen de hele keten een significante bijdrage aan de klimaatdoelen geleverd.

In het kader van dit project hebben wij een enquête opgesteld. Wij waarderen het enorm als u deze enquête voor ons zou willen invullen. De antwoorden worden vertrouwelijk behandeld en zullen uiteraard op geen enkele manier aan uw bedrijf gekoppeld worden in de publicatie van de Best practice die uit dit project volgt. Het invullen van de enquête duurt slechts enkele minuten.

De link naar de enquête:
https://www.vncw.nl/qsm_quiz/project-waterstof/

Alvast heel hartelijk bedankt voor uw medewerking.

Binnenvaartschip op waterstof vaart in Rotterdam

In Rotterdam is het 110 meter lange emissievrije binnenvaartschip de H2 Barge 1 in gebruik genomen. Het schip vaart geheel op waterstof, waarbij deze zorgt voor een vermindering van de CO2-uitstoot van 2.000 ton.

Aangezien er nog geen regels zijn voor het varen op waterstof heeft de H2 Barge 1 een speciale ontheffing gekregen om de komende vijf jaar mee te kunnen varen.

Lees verder op europoortkringen.nl

 

VNCW start project om de voor- en nadelen van waterstof in het vervoer onder de aandacht te brengen

Waterstof staat volop in de belangstelling. Als potentiële nieuwe of alternatieve energiebron zijn de verwachtingen hooggespannen. Wat is waterstof eigenlijk en wat betekent het voor een samenleving om ‘om te schakelen’ op waterstof? Branchevereniging VNCW zal hierover een best practice opstellen en op brede schaal communiceren over de voor- en nadelen bij toepassing binnen de keten. In het onderzoek wordt gekeken naar de gevaren van het transport van gevaarlijke stoffen terwijl er op waterstof wordt gereden, het wegnemen van weerstanden en toepassings- en veiligheidsaspecten. Hiermee streeft de vereniging een breed draagvlak voor waterstof op de lange duur na. Met de verduidelijking van de toepassing en veiligheidsaspecten wordt naast de verbetering van de veiligheid binnen de hele keten een significante bijdrage aan de klimaatdoelen geleverd.

Waterstof wordt vaak een ‘schone’ brandstof genoemd. Het is als gas het meest voorkomende element in het universum en het is ook het meest voorkomende element in de atmosfeer van de aarde. De gevaren van waterstofgas zijn echter niet algemeen bekend. Waterstofgas is ontvlambaar, zeer explosief en kan een giftig en corrosief effect op het lichaam hebben. Het is raadzaam om de risico’s en de voordelen duidelijk in kaart te brengen en gecommuniceerd te hebben, voordat de brandstof op brede schaal toegepast gaat worden. De branchevereniging voor de chemische logistiek zal hierom samen met TNO en een aantal bedrijven uit de keten de best practice opstellen. Het project wordt mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse overheid in het kader van de SVO-regeling.

Het project begint met een praktische studie waarin het speelveld in kaart gebracht wordt, de significante hoofdrolspelers (industrie, onderzoekscentra, producenten en logistiek) geduid worden en in samenhang zullen worden beschreven. Het is geen chemische verhandeling en ook geen (beleids)advies, maar een brede verkenning om de huidige stand van zaken begrijpelijk en inzichtelijk te maken. Hoe zit het met de opslag, de distributie, het transport en niet te vergeten de veiligheid? Wat moet er aangepast worden? Hoe ziet een waterstof-samenleving eruit? Er zijn inmiddels legio initiatieven en organisaties die zich bezighouden met dit thema. De bedoeling van dit initiatief is om waterstof te benaderen vanuit een veiligheidsperspectief. Wat zijn de gevolgen van een mogelijke transitie op de omgevingsveiligheid? Wat kan er misgaan? En wat als het mis gaat? Deze studie is bedoeld om structuur en samenhang aan te brengen en tegelijk de toepassing binnen de chemische keten te onderzoeken.

De studie wordt afgesloten met een praktijktoetsing door de chemische logistiek als voorbeeld te nemen en de veiligheidsaspecten van waterstof bij toepassing in kaart te brengen. In deze fase van het project wordt een best practice voor het vervoer gevaarlijke stoffen opgesteld. De best practice zal op brede schaal gecommuniceerd worden binnen de hele keten.

 

Nieuw veiligheidsbeleid nodig voor energietransitie transport gevaarlijke stoffen

Uit onderzoek van TNO, Arcadis en Berenschot blijkt dat de volumes gevaarlijke stoffen (zoals waterstof en ammoniak) die nodig zijn om de energietransitie te bespoedigen enorm kunnen toenemen. Zij geven aan dat het belangrijk is om de energietransitie en (omgevings)veiligheid nu al een plek te geven in beleid, wet- en regelgeving en risicobeperkende maatregelen. Dit om deze ontwikkelingen zo veilig mogelijk te laten verlopen.

Volgens de onderzoekers is het niet de vraag of het Basisnet onder druk komt te staan, maar wanneer en voor welke transportmodaliteit als eerste.

Het volledige onderzoeksrapport is hier te downloaden.

Lees verder op tno.nl

 

Revisie PGS 35 waterstof

Met het oog op de uitrol van waterstof als alternatieve brandstof zijn verschillende PGS’en (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen) van belang. Zo kunnen we volgend jaar rekening houden met een herbenoeming van PGS 26-2 naar PGS 36 en de publicatie van PGS 38 over multifuel tankstations.

Begin volgend jaar zal de PGS Adviescommissie gevraagd worden om de revisie van PGS 35 ‘Waterstofinstallaties voor het afleveren van waterstof aan voertuigen en werktuigen’ te prioriteren. De herberekening van interne veiligheidsafstanden vormt een onderdeel van de mogelijke revisie.

Lees verder op: nen.nl

Tijd voor een kleurrijk palet aan waterstof

Ook al is waterstof eigenlijk kleurloos, inmiddels is er een heel palet aan kleuren vastgesteld voor deze interessante, emissieloze brandstof. Uiteindelijk doel is groene waterstof, maar in de tussentijd is er ruimte voor diverse tussenvarianten.

In het transitieproces van het op fossiele energie gebaseerde energiesysteem naar een CO2-emissie-vrij systeem is er veel belangstelling voor waterstof. Waterstof is CO2-vrij, goedkoop in transport en opslag is redelijk eenvoudig. Op het moment zijn er nog wel goedkopere alternatieven voor hogetemperatuurwarmte.  Met een goede aanpak zou echter in 2030 de kritische massa bereikt moeten zijn en kan waterstof op grote schaal ingezet worden als alternatief voor fossiele brandstoffen.

Ad van Wijk, hoogleraar future energy systems aan de TU Delft, schetst in zijn rapport ‘De groene waterstofeconomie in noord Nederland’ een toekomstscenario waar een belangrijke rol voor waterstof is weggelegd. Met de elektriciteit afkomstig van offshore windparken kan water gesplitst worden en ook vergassing van houtachtige biomassa en zonnestroom kunnen voor waterstof zorgen. Zowel de chemische industrie in Delfzijl als de transportsector zullen belangrijke afnemers van waterstof zijn. In de Magnum-centrale van Nuon zullen proeven gedaan worden met de verbranding van waterstof en via brandstofcellen kunnen de datacentra in de Eemshaven gebruik maken van de voorzieningszekerheid van het opgeslagen waterstof. Waterstof kan een rol spelen bij stoom en hoge temperatuurwarmte en kan huizen en gebouwen verwarmen.

Om de verschillende soorten waterstof onder te verdelen wordt er gebruik gemaakt van kleurcodes. Met grijze waterstof wordt waterstof dat uit fossiele bronnen gehaald wordt aangeduid. Deze variant wordt met name in de kunstmestindustrie gebruikt. De CO2 wordt hierbij niet afgevangen, maar verdwijnt in de lucht.

Bij blauwe waterstof wordt bij de splitsing overgebleven waterstof wel afgevangen en wordt deze ondergronds opgeslagen. Een berekening van de VNPI leert dat de raffinagesector in 2030 op deze manier 4,1 megaton CO2 ondergronds kan opslaan. ‘Pre combustion’, waarbij de CO2 van tevoren wordt afgevangen is bij blauwe waterstof het toverwoord. Dit is in tegenstelling tot post combustion waarbij de CO2 aan de schoorsteen afgevangen wordt. Bij pre combustion wordt waterstof direct gemaakt, upstream. Dit zorgt ondermeer voor een betere economische haalbaarheid. De waterstof kan via de bestaande leidingen getransporteerd en opgeslagen worden wat de snelheid van het omzetten van de huidige gasinfrastructuur bevorderd.

Naast grijs en blauw zijn er ook hybride vormen van waterstof, ook wel turquoise waterstof genoemd. Hierbij wordt methaanpyrolyse gebruikt voor de productie van waterstofgas. Gesmolten metaal wordt gebruikt als katalysator. Een katalytisch inert metaal met een lager smeltpunt dan de losse componenten wordt gebruikt om het metaal in op te lossen en hier wordt methaan aan toegevoegd. Door deze toevoeging komt koolstof, wat lichter is dan de meeste metaallegeringen, bovendrijven en kan er zo afgeschept worden. Er ontstaat in dit proces geen koolstofdioxide, alleen koolstof welke weer gebruikt kan worden als additief of grondstof voor diverse toepassingen.

Wanneer water op elektrolytische wijze gesplitst wordt in waterstof en zuurstof spreken we van groene waterstof. Dit is de meest lastig bereikbare, maar ook meest interessante versie van waterstof. Om tot deze duurzame variant te komen moeten echter de systeemkosten voor de electrolysers omlaag. Schaalgrootte speelt hierbij een rol. Gelukkig zijn er wel plannen voor systemen tot op gigawatt-niveau, zoals bijvoorbeeld het ‘Gigawatt Elektrolyser’-project. Ook Havenbedrijf Rotterdam, BP en Nouryon hebben plannen voor elketrolyse-installaties.

Voor het ontstaan van een op waterstof gebaseerde industrie is zowel de overheid aan zet qua wet- en regelgeving en financiële ondersteuning als de industrie qua aanpassingen aan de infrastructuur en aangepaste assets. Volgens van Wijk zou het bij grotere volumes en lage elektriciteitsprijzen mogelijk moeten zijn om waterstof te produceren tegen een prijs van twee a drie Euro per kilo. Om waterstof in het gassysteem te krijgen is wel wetgeving nodig. Hiervoor ligt een taak bij de overheid. Daarnaast moet het bedrijfsleven durven te investeren in waterstofprojecten. Dat een gezamenlijke commitment tot succes kan leiden blijkt wel uit de wind op zee branche die inmiddels aardig op eigen benen staat. Het zou mooi zijn als we dit in de toekomst ook kunnen melden over waterstof.

 

Bron: Utilities